ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2322
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt ondernemerschap via stille maatschap en wijst beroep inspecteur op fraus legis af
Belanghebbende en haar partner startten in mei 2000 een onderneming in de vorm van een stille maatschap met een BV. De onderneming werd later ingebracht in de BV tegen een lijfrente. De inspecteur betwistte het ondernemerschap van belanghebbende en de toepassing van willekeurige afschrijving op het pand.
De rechtbank stelde vast dat de maatschapovereenkomst op 1 mei 2000 tot stand kwam en dat belanghebbende gerechtigd was tot de onderneming. Ondanks dat de BV naar buiten trad, bleef de stille maatschap bestaan en was er sprake van ondernemerschap. De stelling van de inspecteur dat de maatschap niet bestond of niet duurzaam was, werd verworpen.
De rechtbank oordeelde verder dat de toepassing van willekeurige afschrijving niet in strijd was met fraus legis. De belastinguitstel via lijfrente was toegestaan en het gebruik van de franchise bij stakingswinst was niet onrechtmatig. De aanslag werd verminderd tot nihil belastbaar inkomen en het verrekenbare verlies vastgesteld. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten, het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat belanghebbende ondernemer is via een stille maatschap en wijst het beroep van de inspecteur op fraus legis af, waardoor de aanslag wordt verminderd tot nihil belastbaar inkomen.