ECLI:NL:RBBRE:2007:BA1991
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing 30%-bewijsregel sluit dubbele onbelaste vergoeding huisvestingskosten uit
Belanghebbende, woonachtig in Zwitserland en werkzaam in Nederland, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting waarbij de inspecteur een vergoeding voor huisvestingskosten buiten de woonplaats als belastbaar inkomen had gecorrigeerd. De kern van het geschil betrof de vraag of de 30%-bewijsregel (artikel 15a, lid 1, onderdeel k, Wet LB) uitsluit dat daarnaast een onbelaste vergoeding voor huisvesting buiten de woonplaats (artikel 15b, lid 1, onderdeel j, Wet LB) kan worden verstrekt.
De rechtbank stelde vast dat de vergoeding van € 28.037 door de werkgever aan belanghebbende betrekking had op kosten van dubbele huisvesting in Nederland en Zwitserland. Uit de wetsgeschiedenis en nota van toelichting bleek dat de 30%-bewijsregel expliciet bedoeld is om extraterritoriale kosten, waaronder dubbele huisvesting, te dekken. Hierdoor kunnen deze kosten niet nogmaals onbelast worden vergoed op grond van een andere regeling.
Belanghebbendes beroep op een eerdere 35%-regeling faalde omdat deze niet op hem van toepassing was. De rechtbank concludeerde dat de kosten van dubbele huisvesting binnen de 30%-bewijsregel vallen en dat een aanvullende onbelaste vergoeding niet mogelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd omdat de 30%-bewijsregel de kosten van dubbele huisvesting omvat en geen dubbele onbelaste vergoeding mogelijk is.