ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ9067
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie voor Belgische opcentiemen voor in België wonende Nederlandse ambtenaar
Belanghebbende, een in België wonende Nederlandse ambtenaar, betaalde in 2003 Belgische gemeentebelastingen (opcentiemen) over zijn inkomen dat in Nederland werd belast. Hij vorderde compensatie van deze extra heffing op grond van artikel 27 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en België uit 2001, dat een overgangsregeling bevat voor Nederlandse grensarbeiders die door het nieuwe verdrag inkomensachteruitgang lijden.
De rechtbank stelt vast dat de regeling in artikel 27 specifiek Pro is bedoeld voor in Nederland wonende grensarbeiders die in België werken en niet voor in België wonende personen die in Nederland werken, zoals belanghebbende. De Belgische opcentiemen worden niet aangemerkt als inkomstenbelasting in de zin van het verdrag en vallen niet onder de compensatieregeling.
Verder oordeelt de rechtbank dat het EG-verdrag geen verplichting tot gelijke behandeling oplegt in deze situatie, omdat belanghebbende als niet-ingezetene anders mag worden behandeld dan ingezetenen. Ook het gelijkheidsbeginsel van het EVRM en IVBPR wordt niet geschonden, omdat de wetgever een redelijke afweging heeft gemaakt bij het beperken van de compensatie tot de categorie grensarbeiders.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd zonder compensatie voor de Belgische opcentiemen.