ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ5620
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen fosfaat- en stikstofheffing wegens onjuiste tenaamstelling
Belanghebbende maakte deel uit van een samenwerkingsverband dat vleeskuikens hield op twee locaties. De inspecteur legde aan belanghebbende elf naheffingsaanslagen fosfaat- en stikstofheffing op voor de jaren 2000 tot en met 2002, omdat hij werd aangemerkt als houder van de dieren.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslagen onterecht aan belanghebbende zijn opgelegd omdat het bedrijf werd gevoerd door het samenwerkingsverband. Artikel 14 van Pro de Meststoffenwet bepaalt dat de heffingen moeten worden opgelegd aan degene die het bedrijf voert, niet aan de producent of houder van de dieren. De vraag wie houder is, is niet relevant voor de heffingsplicht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de naheffingsaanslagen en de uitspraken op bezwaar, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van € 805. Tevens wordt het betaalde griffierecht van € 37 aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep en cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen wegens onjuiste tenaamstelling en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.