ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3502
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot matiging boetebeding bij niet-nakoming waarborgsom koopwoning
Partijen sloten op 1 maart 2005 een koopovereenkomst voor een woonhuis waarbij de koper een waarborgsom van 10% van de koopsom uiterlijk 4 april 2005 moest storten. De koper heeft deze verplichting niet nagekomen, ondanks ingebrekestelling. Verkoper stelde de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vorderde betaling van de boete van 10% van de koopsom.
De koper voerde aan dat hij slachtoffer was van een malafide tussenpersoon en dat financiering niet rondkwam. Ook stelde hij dat verkoper door verkoop van de woning nakoming onmogelijk maakte en dat de boete gematigd moest worden op grond van redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst door het verstrijken van de termijn uit artikel 13 van Pro de koopovereenkomst van rechtswege was ontbonden en dat verkoper geen uitvoering meer verlangde. De boete was niet buitensporig gelet op de gebruikelijkheid in de woningmarkt en de schade van verkoper, inclusief kosten van rechtskundige bijstand. De vordering tot matiging werd daarom afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de koper hoofdelijk tot betaling van de boete, wettelijke rente en kosten van het geding. Het verzoek tot verklaring voor recht omtrent ontbinding werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de boete, wettelijke rente en kosten; verzoek tot matiging boete wordt afgewezen.