ECLI:NL:RBBRE:2006:AY9183
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conserverende aanslag op ABP-pensioen na emigratie naar België
Een rijksambtenaar met Nederlandse nationaliteit verhuisde in 2001 naar België. De inspecteur legde een conserverende aanslag op de opgebouwde aanspraak op het ABP-pensioen op, zonder zekerheidstelling, met heffingsrente en revisierente. Belanghebbende stelde dat de aanslag onterecht was omdat het pensioen niet kon worden afgekocht, de aanslag willekeurig was, en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het Nederlands-Belgisch belastingverdrag en het EG-verdrag.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag in overeenstemming is met de Wet inkomstenbelasting 2001 en het belastingverdrag, waarbij het heffingsrecht over het pensioen bij uitkering aan Nederland toekomt. De heffingsrente verviel per 1 januari 2006 en werd vernietigd. De rechtbank verwierp de stellingen over willekeur, discriminatie en strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel en grensarbeidersregeling, mede omdat de conserverende aanslag geen afschrikkend effect heeft door uitstel van betaling zonder zekerheid en kwijtschelding na tien jaar.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens onvoldoende motivering en gebrekkige informatieverstrekking. Het beroep werd voor het grootste deel ongegrond verklaard, behalve voor de heffingsrente die werd vernietigd.
Uitkomst: Conserverende aanslag en revisierente gehandhaafd, heffingsrente vernietigd, proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.