ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7902
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Splitsing van stallingsvergoeding bij ruitersportcentrum voor toepassing verlaagd btw-tarief
Belanghebbende exploiteert een ruitersportcentrum met faciliteiten zoals een rijhal en buitenbaan, waar pensionklanten hun eigen paarden stallen en gebruiken voor paardrijden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat de totale vergoeding van pensionklanten niet volledig onder het verlaagde tarief viel.
De rechtbank stelde vast dat de prestaties van belanghebbende aan pensionklanten uit drie onderscheiden diensten bestaan: het geven van gelegenheid tot sportbeoefening, de voeding en verzorging van de paarden en de verhuur van de boxen. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat het niet beslissend is dat één prijs wordt gehanteerd en dat deze diensten fiscaal gescheiden moeten worden behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op gelegenheid tot sportbeoefening onder het verlaagde btw-tarief van 6% valt, terwijl de overige prestaties aan het algemene tarief onderworpen zijn. Partijen kwamen overeen dat € 40 per maand per pensionklant aan sportbeoefening kan worden toegerekend. De naheffingsaanslag werd dienovereenkomstig verminderd en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. De uitspraak werd gedaan op 17 augustus 2006 door de rechtbank Breda.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.