ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5669
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- J.J.J. Engel
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling allocatie heffingsrecht bij partiële buitenlandse belastingplicht en vakantiedagen
Belanghebbende, een partiële buitenlandse belastingplichtige, werkte in 2001 voor een Nederlandse werkgever en bracht 16 van de 140 beschikbare werkdagen door als vakantie in het buitenland. De inspecteur stelde het in Nederland belastbare loon vast op 100%, terwijl belanghebbende betoogde dat het loon naar rato van de dagen in Nederland moest worden belast, exclusief de vakantiedagen.
De rechtbank baseerde zich op het arrest van de Hoge Raad van 23 september 2005, waarin werd geoordeeld dat het belastbare loon naar tijdsevenredigheid moet worden berekend met een breuk waarvan de teller het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen in Nederland is en de noemer het aantal beschikbare werkdagen minus vakantiedagen, feestdagen en weekenden. Dit betekent dat vakantiedagen, ongeacht waar doorgebracht, niet meetellen in de noemer.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat niet was gebleken dat de inspecteur begunstigend beleid voerde of dat er sprake was van een systematische onjuiste behandeling. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het volledige loon belast mag worden in Nederland volgens de genoemde dagenbreuk.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de Rechtbank Breda op 13 juli 2006.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het volledige loon wordt belast in Nederland.