ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5637
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing overdrachtsbelasting wegens feitelijke ingebruikneming pand voor levering
Belanghebbende deed bij de aankoop van een onroerende zaak een beroep op vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van een resolutie van de staatssecretaris van Financiën. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat het pand feitelijk al vóór de levering in gebruik was genomen door de huurder.
De rechtbank stelde vast dat de huurder rond 1 december 2000 het pand feitelijk gebruikte door spullen op te slaan die nodig waren voor de inrichting, terwijl de notariële levering pas op 9 juli 2001 plaatsvond. Dit gebruik werd als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt. Hierdoor viel de ingebruikneming buiten de termijn van zes maanden voorafgaand aan de levering zoals vereist voor de vrijstelling.
Belanghebbendes beroep op het in rechte te beschermen vertrouwen op basis van correspondentie met de inspecteur werd verworpen omdat de feitelijke situatie anders was dan geschetst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.