ECLI:NL:HR:1996:AA1781
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens correcte toepassing kwijtscheldingsresolutie
Belanghebbende, X N.V., kocht op 31 oktober 1991 een onroerende zaak van de maatschap D, die het pand kort daarvoor had laten bouwen. De maatschap had het pand verhuurd met ingangsdatum 1 mei 1991, waarna de huurders het pand in april 1991 feitelijk in gebruik namen.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd. Het geschil betrof de vraag of de levering binnen zes maanden na de eerste ingebruikneming had plaatsgevonden en of het pand als bedrijfsmiddel was gebruikt.
De Hoge Raad oordeelt dat de maatschap het pand als bedrijfsmiddel gebruikte door verhuur en dat de levering op 31 oktober 1991 binnen zes maanden na de ingangsdatum van de verhuur (1 mei 1991) plaatsvond. De feitelijke ingebruikneming enkele dagen eerder door de huurders is onvoldoende om de toepassing van de kwijtscheldingsresolutie te ontkennen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat de levering binnen zes maanden na de ingangsdatum van de verhuur plaatsvond.