ECLI:NL:RBBRE:2006:AV7350
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing EK 2000: gelijke behandeling buitenlandse voetballers bij loonbelastingtarief
Belanghebbende, een buitenlandse voetballer die deelnam aan het Europees Kampioenschap voetbal 2000, kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij zijn EK-inkomsten werden belast tegen het normale hogere tarief. Dit terwijl de meeste buitenlandse spelers slechts een bronheffing van 18% loonbelasting betaalden volgens een praktische regeling tussen Nederland, België en UEFA.
De rechtbank stelt vast dat de praktische regeling en de wettelijke bepaling in artikel 26c Wet LB beide een voorheffing van 18% voorschrijven en dat het beleid van de Inspecteur erop gericht was om bij buitenlandse spelers vol te staan met deze loonbelastingheffing zonder aanvullende inkomstenbelastingaanslagen. Belanghebbende werd echter anders behandeld dan andere buitenlandse spelers, wat leidt tot ongelijke behandeling.
De rechtbank oordeelt dat deze ongelijke behandeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de aanslag moet worden verminderd tot een tarief van 18%. Tevens veroordeelt de rechtbank de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak bevestigt dat de belastingheffing over EK 2000-inkomsten voor buitenlandse spelers gemaximeerd moet zijn op 18%.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over de EK 2000-inkomsten wordt verminderd tot een tarief van 18% wegens ongelijke behandeling.