ECLI:NL:RBBRE:2006:AV3544
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet-inleveren rechtmatigheidsonderzoeksformulier ondanks overschrijding opschortingstermijn
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd door verweerder gesommeerd het rechtmatigheidsonderzoeksformulier (rof) over november 2004 in te leveren. Na het niet tijdig inleveren besloot verweerder de uitkering per 1 november 2004 te beëindigen wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Eiser voerde aan dat hij het formulier wel op 7 januari 2005 had ingeleverd, maar de rechtbank oordeelde dat hij dit niet overtuigend aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van verweerder was gebaseerd op artikel 69 van Pro de Abw, een onjuiste bevoegdheidsgrondslag, waardoor het besluit werd vernietigd. Desondanks werd het besluit inhoudelijk getoetst en werd geoordeeld dat verweerder terecht de uitkering had beëindigd omdat eiser niet tijdig had voldaan aan zijn verplichtingen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de overschrijding van de maximale opschortingstermijn van acht weken niet het recht van verweerder aantast om de uitkering in te trekken. Verweerder had bovendien de hersteltermijn verlengd en blijk gegeven van een belangenafweging. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste bevoegdheidsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiser het formulier niet tijdig heeft ingeleverd.