ECLI:NL:CRVB:2007:BB7250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van de Wiel
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet inleveren rechtmatigheidsonderzoeksformulier
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk stelde vast dat appellant het rechtmatigheidsonderzoeksformulier (rof) over november 2004 niet had ingeleverd. Ondanks een schriftelijke waarschuwing en een termijn van vijf dagen om het formulier alsnog in te leveren, bleef dit uit. Het College besloot daarom de bijstandsuitkering met ingang van 1 november 2004 in te trekken.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op grond van het overgangsrecht van de WWB, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij het rof op 7 januari 2005 persoonlijk had ingeleverd, onderbouwd met een verklaring van een kennis.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het formulier daadwerkelijk was ingeleverd, mede omdat een medewerker van de gemeente het formulier niet had aangetroffen en appellant geen ontvangstbewijs kon overleggen. Gezien het bijzondere belang dat aan de situatie van appellant werd gehecht, concludeerde de Raad dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet inleveren van het rechtmatigheidsonderzoeksformulier wordt bevestigd.