ECLI:NL:RBBRE:2006:AV1357
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Leijten
- Van Geloven
- Van den Bosch-Van de Sande
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kostenverhaal bodemverontreiniging aniline door Staat tegen bedrijven
De Staat vorderde op grond van artikel 75 Wbb Pro kostenverhaal van onderzoek en sanering van bodemverontreiniging met aniline op het terrein van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. De rechtbank stelde vast dat de verontreiniging zich concentreerde in verontreinigingskern I en dat alleen de kosten in verband met deze kern in aanmerking kwamen.
De Staat kon niet aantonen dat de verontreiniging vóór 1 januari 1975 ernstig verwijtbaar was veroorzaakt door [gedaagde sub 1], omdat onvoldoende feiten waren gesteld over de bedrijfsvoering in vergelijking met andere bedrijven. Ook kon de Staat niet concreet maken welke verontreinigingen na 1 januari 1975 aan [gedaagde sub 1] toerekenbaar waren, ondanks rapporten van de Heidemij en het IVM.
De rechtbank oordeelde dat de Staat niet aan zijn stelplicht had voldaan om de vordering te onderbouwen en wees de vorderingen van de Staat tegen beide gedaagden af. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden, inclusief kosten van hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de Staat tot kostenverhaal af wegens onvoldoende onderbouwing en stelplicht.