ECLI:NL:RBBRE:2006:AV1228
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek voor buitenlands belastingplichtige met vaste inrichting in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, exploiteert een glastuinbouwbedrijf met een vaste inrichting in Nederland. Hij werkte meer dan 1225 uur in totaal, maar minder dan 1225 uur voor de Nederlandse vaste inrichting. De vraag was of hij recht heeft op de zelfstandigenaftrek volgens de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank stelt vast dat voor buitenlands belastingplichtigen alleen de uren besteed aan de Nederlandse vaste inrichting meetellen voor het urencriterium. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waaronder het arrest Wielockx, bieden geen aanleiding voor een ruimere interpretatie. De mogelijkheid tot binnenlandse belastingplicht biedt een alternatief om wel in aanmerking te komen voor aftrek.
Belanghebbendes beroep op het non-discriminatiebeginsel van het belastingverdrag Nederland-Duitsland en het EG-Verdrag wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat het niet toekennen van de zelfstandigenaftrek in deze situatie niet discriminerend is en in overeenstemming met het belastingverdrag en het EU-recht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat alleen de uren voor de vaste inrichting in Nederland meetellen voor het urencriterium en daarmee voor de zelfstandigenaftrek.
Uitkomst: Belanghebbende komt niet in aanmerking voor zelfstandigenaftrek omdat hij niet voldoet aan het urencriterium voor de Nederlandse vaste inrichting.