ECLI:NL:RBBRE:2006:AU9027
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting over overdracht bouwrechten na mondelinge overeenkomst
Belanghebbende, een ondernemer voor de omzetbelasting, droeg het recht om 100 woningen te bouwen over aan een projectontwikkelaar. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens niet tijdig aangeven van omzetbelasting over 2001. De kern van het geschil betrof het tijdstip waarop de dienst was verricht.
De rechtbank stelde vast dat partijen in juli 1999 mondeling een bindende overeenkomst sloten voor de overdracht van het recht, hetgeen leidde tot het ontstaan van de dienst en de verschuldigdheid van omzetbelasting op dat moment. De latere schriftelijke overeenkomst van juli 2001 was slechts een vastlegging en bevatte een rentevergoeding als aanpassing van de vergoeding, maar wijzigde niet het tijdstip van de dienst.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag en boetebeschikking onterecht waren opgelegd over het tijdvak 2001 en vernietigde deze. Tevens veroordeelde zij de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd omdat de dienst is verricht bij de mondelinge overeenkomst in juli 1999.