ECLI:NL:RBBRE:2005:BB1011
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM wegens gebruik niet-geregistreerde personenauto zonder tijdige vrijstelling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM die was opgelegd wegens het gebruik van een niet in Nederland geregistreerde personenauto met Duits kenteken op 15 juli 2003. Hij stelde dat reeds op 3 maart 2003 een verzoek tot vrijstelling was ingediend en dat op 25 augustus 2003 alsnog vrijstelling was verleend, waardoor de naheffing onterecht zou zijn.
De inspecteur betwistte dat het verzoek tot vrijstelling tijdig was ontvangen en stelde dat het eerste verzoek pas op 20 augustus 2003 binnenkwam. De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een vrijstelling vóór aanvang van het gebruik van de weg moet zijn aangevraagd en verleend om rechtsgeldig te zijn.
De rechtbank oordeelde dat op 15 juli 2003 geen vrijstelling was verleend en dat de brief van 3 maart 2003 niet als een geldig verzoek tot vrijstelling kon worden aangemerkt omdat deze slechts een verzoek om formulieren betrof en niet de noodzakelijke gegevens bevatte. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 8 november 2005 in het openbaar uitgesproken door rechter A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard omdat geen tijdige vrijstelling was verleend.