ECLI:NL:RBBRE:2005:BA4864
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag en boete omzetbelasting na bezwaar
Belanghebbende kreeg voor de periode 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €191.337 en een boete van €87.638. Na bezwaar werd dit verminderd tot respectievelijk €69.215 en €34.467. De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verder verminderd tot €66.102 en de boete tot €33.689.
De rechtbank oordeelde dat de naheffing wegens oninbare debiteuren terecht was opgelegd omdat belanghebbende geen bewijs leverde dat de facturen oninbaar waren, en de boete passend was wegens grove schuld. De naheffing wegens een aansluitingsverschil van €3.113 en de daarbij behorende boete van €778 werden echter vernietigd omdat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat de administratie onjuist was.
Verder werd een boete van 10% opgelegd voor het niet tijdig voldoen van omzetbelasting over een factuur aan een bedrijf, wat de rechtbank passend achtte gezien de grove schuld van belanghebbende. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens tot vergoeding van proceskosten van €644 en het griffierecht van €276 aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete omzetbelasting worden verminderd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.