ECLI:NL:RBBRE:2005:BA1584
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitgaven chemisch toilet en vloerbedekking niet als buitengewone uitgaven erkend
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 vanwege kosten voor een chemisch toilet en aangepaste vloerbedekking, die hij als uitgaven wegens ziekte kwalificeert. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gehouden waarbij eiser niet is verschenen, maar de uitnodiging als tijdig en correct werd beoordeeld.
De rechtbank toetst of deze uitgaven kwalificeren als buitengewone uitgaven volgens artikel 6.17 Wet IB 2001. De aanschaf van het chemisch toilet is beoordeeld aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad uit 1998, waarin werd geoordeeld dat een dergelijk toilet geen hulpmiddel is dat een door ziekte gestoord lichaamsfunctie kan overnemen. De vloerbedekking is eveneens beoordeeld aan de hand van eerdere arresten uit 1977 en 1993, waarin werd vastgesteld dat vloerbedekking primair dient voor stoffering en niet als hulpmiddel kan worden aangemerkt.
De rechtbank concludeert dat de kosten voor het chemisch toilet en de vloerbedekking niet als buitengewone uitgaven kunnen worden aangemerkt, ook al is de echtgenote van eiser lichamelijk beperkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is op 26 juli 2005 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard omdat de uitgaven niet als buitengewone uitgaven worden erkend.