ECLI:NL:RBBRE:2005:AU5630
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ongeoorloofd onderscheid naar nationaliteit in werkingssfeer CAO VIA
VIA en LBV hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om hun verzoek om dispensatie van de algemeenverbindendverklaring van de CAO ABU af te wijzen. De CAO VIA is van toepassing op buitenlandse uitzendkrachten die tijdelijk in Nederland verblijven en huisvesting van werkgevers ontvangen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de werkingssfeerbepaling van de CAO VIA direct onderscheid maakt op grond van nationaliteit.
De voorzieningenrechter onderzoekt of de partijen bij de CAO ABU als belanghebbenden kunnen worden toegelaten, maar concludeert dat zij geen direct belang hebben bij de dispensatieprocedure. Vervolgens wordt beoordeeld of de Minister bevoegd is om de werkingssfeerbepaling van de CAO VIA te toetsen op rechtsgeldigheid. Op basis van het beleid en het Toetsingskader wordt dit bevestigd.
De rechter stelt vast dat het onderscheid naar nationaliteit niet gerechtvaardigd is en daarom de werkingssfeerbepaling van de CAO VIA niet rechtsgeldig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit waarschijnlijk in stand blijft en er geen onevenredig nadeel voor verzoekers is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de werkingssfeerbepaling van de CAO VIA ongeoorloofd onderscheid naar nationaliteit maakt.