ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3966
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Cohen-Koningsveld
- Luijks
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen moord en lijkverbergen met zware straf
De rechtbank Breda heeft verdachte veroordeeld voor de moord op Tinka van Rooij, gepleegd op 26 mei 2004 te Zevenbergschenhoek. Verdachte en zijn mededaders beraamden het plan uitvoerig en sloegen het slachtoffer meermalen met een hamer op het hoofd, waarna het lichaam in zeil werd verpakt en in De Biesbosch werd gedumpt. Twee weken later werd het lichaam gevonden.
Naast de moord werd verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van het wegvoeren en verbergen van het lijk met het oogmerk het overlijden te verhullen. Tevens werd hij veroordeeld voor bedreiging van een politiebrigadier en het bezit van meerdere vuurwapens en munitie van categorie III.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk was in de vervolging voor het telen van hennep, vanwege ongelijke behandeling van medeverdachten. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafmaat werd bepaald op achttien jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het delict, de prominente rol van verdachte en het recidiverisico.
De rechtbank kende aan de benadeelde partij een schadevergoeding toe van €7.672,40 voor directe schade, terwijl overige civiele vorderingen werden afgewezen wegens complexiteit. Verder werd een geldbedrag teruggegeven aan verdachte en een samourai zwaard onttrokken aan het verkeer.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Breda op 14 april 2005.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord, lijkverbergen, bedreiging en wapenbezit.