ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9147
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtstreeks belang bij handhaving Bouwstoffenbesluit
Eisers, bestaande uit de Vereniging van ondernemingen van betonmortelfabrikanten in Nederland (VOBN) en twee betonmortelfabrieken, verzochten handhaving van het Bouwstoffenbesluit ten aanzien van nieuwbouwprojecten. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, wees deze verzoeken af omdat het Bouwstoffenbesluit niet van toepassing zou zijn op het gebruikte betonmortel.
De rechtbank oordeelde dat VOBN geen rechtstreeks en persoonlijk belang heeft bij de handhaving van het Bouwstoffenbesluit, omdat haar statutaire doelstelling branchebevordering is en milieubescherming slechts een neveneffect. Hierdoor zijn de verzoeken geen aanvragen in de zin van de Awb en de afwijzingen geen besluiten waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.
Hoewel het college de bezwaren van eisers niet-ontvankelijk verklaarde, vernietigde de rechtbank dit besluit omdat het op een onjuiste grond was gebaseerd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. De rechtbank veroordeelde de gemeente Tilburg tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers.
Partijen en belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet-ontvankelijkheidsbesluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.