ECLI:NL:RBASS:2009:BJ1809
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Meer
- H. Wolthuis
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende onderbouwing en geen aanwijzing voor rechterlijke partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die zijn strafzaak behandelde, waarbij hij twijfels uitte over de onafhankelijkheid van de rechtbank en het vertrouwen daarin ontbrak. Hij stelde dat de zaak gefragmenteerd werd behandeld en dat de Officier van Justitie onbetrouwbaar was.
De rechter zelf wenste niet gehoord te worden tenzij noodzakelijk en het Openbaar Ministerie zag geen reden het verzoek te honoreren. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van artikel 6 EVRM Pro en stelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
De aangevoerde feiten en omstandigheden door verzoeker boden geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid of het ontbreken van onpartijdigheid. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd, niet op de persoon van de rechter was gericht en dat er geen schijn van partijdigheid bestond.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. De griffier werd bevolen onverwijlde mededeling te doen aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en geen aanwijzingen voor onpartijdigheidstekort.