ECLI:NL:RBASS:2009:BI6352
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstel huursubsidie na onjuiste toerekening fictief inkomen uit kwijtscheldingswinst
Eiser vroeg huursubsidie aan voor de periode 1 juli 2002 tot 1 juli 2003. Verweerder wees de subsidie toe, wijzigde dit later op basis van door de belastingdienst opgegeven inkomen over 2001, waarbij een hoge kwijtscheldingswinst werd betrokken. Eiser stelde dat deze winst fictief was en niet gelijkgesteld kon worden aan reële stakingswinst, en dat dit onbillijk was volgens artikel 26 Hsw Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze fictieve kwijtscheldingswinst niet buiten beschouwing kon blijven. De situatie was niet vergelijkbaar met reële stakingswinst, en de financiële draagkracht van eiser was daadwerkelijk laag. Daarom werd het besluit van 19 augustus 2005 vernietigd en het eerdere besluit tot toekenning van € 2305,53 huursubsidie hersteld.
Daarnaast werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro met zeven maanden had overschreden. De rechtbank veroordeelde de Staat tot een vergoeding van € 1000,- voor immateriële schade wegens deze termijnoverschrijding.
De uitspraak bevestigt dat fictief inkomen uit kwijtscheldingswinst niet zonder meer als reëel inkomen mag worden aangemerkt bij inkomensafhankelijke regelingen zoals huursubsidie, en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij toepassing van artikel 26 Hsw Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en huursubsidie van € 2305,53 toegekend; de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade.