ECLI:NL:RBASS:2008:BF3959
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M.M. Oostdam
- H.H.A. Fransen
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling minderjarige dochter van vriendin
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk mishandelen van de minderjarige dochter van zijn vriendin gedurende de periode van 1 juni 2006 tot en met 15 februari 2008 in de gemeente Emmen. De tenlastelegging omvatte diverse vormen van lichamelijk geweld die zouden hebben geleid tot letsel en pijn bij het slachtoffer.
Tijdens de terechtzitting ontkende de verdachte de mishandeling. Verschillende getuigen, waaronder de moeder van het slachtoffer en medewerkers van Jeugdzorg, verklaarden dat het slachtoffer motorisch onhandig is en vaak valt, wat de letsels kon verklaren. Geen van de verklaringen leverde voldoende bewijs dat de verdachte het slachtoffer mishandeld had.
De rechtbank oordeelde dat er aanzienlijke twijfel bestond over het ontstaan van de letsels bij het slachtoffer en dat het bewijs niet voldeed aan de eis van wettig en overtuigend bewijs. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 23 september 2008, na een zitting op 9 september 2008. De verdachte werd bijgestaan door een advocaat en was aanwezig tijdens de zitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.