ECLI:NL:RBASS:2006:AZ5133
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing voor afschot fazanten ter voorkoming van schade aan gewassen in Drenthe
De Faunabeheereenheid Drenthe heeft een ontheffing gekregen op grond van artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet (Ffw) voor het doden van fazanten om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze ontheffing, stellende dat niet is aangetoond dat fazanten belangrijke schade veroorzaken en dat de verantwoordelijkheid voor beoordeling onterecht aan een particuliere organisatie is overgedragen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder uit mag gaan van het goedgekeurde Faunabeheerplan, dat niet inhoudelijk is bestreden door eiseres. Uit jurisprudentie volgt dat het criterium voor ontheffing niet vereist dat belangrijke schade zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, maar dat de diersoort in staat moet zijn om in korte tijd dergelijke schade te veroorzaken. Het Faunabeheerplan toont aan dat fazanten incidenteel belangrijke schade kunnen veroorzaken in de gehele provincie Drenthe.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat de Faunabeheereenheid als ontheffinghouder een passende controlerende rol vervult en dat de ontheffing alleen kan worden gebruikt na vaststelling dat preventieve maatregelen onvoldoende zijn. De rechtbank acht het hanteren van een schadebedrag van €250 per geval als maatstaf voor belangrijke schade niet onredelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van Stichting De Faunabescherming wordt ongegrond verklaard en de ontheffing voor het afschot van fazanten blijft in stand.