ECLI:NL:RBASS:2001:AD4781
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- H. de Wit
- M.P.C.J. van Bavel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs hulp bij zelfmoord met pentobarbital
De verdachte werd tenlastegelegd dat hij tussen 21 en 30 januari 2000 te Dalerveen opzettelijk een dodelijke hoeveelheid pentobarbital aan de patiënt had verschaft, waarmee deze zelfmoord zou hebben gepleegd.
Tijdens de terechtzitting op 10 oktober 2001 werd uitgebreid toxicologisch onderzoek besproken, waarbij drie verschillende methoden werden gebruikt om de concentratie pentobarbital in het bloed en de maaginhoud van de patiënt te bepalen. Methode C, als meest nauwkeurig beschouwd, wees uit dat de concentratie in het bloed slechts 1,6 milligram per liter was, wat slechts een slaaptoestand kan veroorzaken en ver onder de potentieel lethale concentratie ligt.
De onderzoekers konden niet vaststellen in welke mate het middel het overlijden heeft bespoedigd, mede gezien de leeftijd en medische conditie van de patiënt. Er was een ruime tijdsperiode tussen het verstrekken van het middel en het overlijden, waardoor de causaliteit niet overtuigend kon worden bewezen.
De rechtbank concludeerde dat de bijkomende voorwaarde van strafbaarheid, namelijk dat de zelfmoord door het middel was gepleegd, niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het verstrekte middel de doodsoorzaak was.