ECLI:NL:RBARN:2012:BY9477

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
19 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
232869
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 RvArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling geldsom en beslagkosten wegens niet-nakoming contractuele verplichtingen

De rechtbank Arnhem behandelde een civiele procedure tussen N.V. KEMA als eiseres en TCN Assets B.V. als gedaagde. Eiseres vorderde betaling van een geldsom van ruim vijf miljoen euro, vermeerderd met een contractuele boete en wettelijke rente, wegens niet-nakoming van contractuele verplichtingen door gedaagde.

Gedaagde heeft het recht om voor antwoord te mogen concluderen verloren verklaard en heeft de vorderingen van eiseres niet weersproken. De rechtbank oordeelde dat de beslagen rechtsgeldig waren gelegd conform artikel 706 Rv Pro en kende de beslagkosten toe.

De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom, de boete, de wettelijke handelsrente, de buitengerechtelijke kosten, en de proceskosten inclusief beslagkosten. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde veroordeeld tot betaling van €5.137.021,40 plus boete, rente, buitengerechtelijke en proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 232869 / HA ZA 12-572
Vonnis van 19 december 2012
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. KEMA,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TCN ASSETS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de beslissing van de rolrechter dat het recht van gedaagde om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. De stellingen van eiseres kunnen het gevorderde dragen en zijn door gedaagde niet weersproken. Het gevorderde moet daarom worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.
2.2. Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar nu de beslagen met inachtneming van de wettelijke formaliteiten en termijnen zijn gelegd. De beslagkosten worden begroot op € 4.622,62 (4 x € 189,97 + € 76,74 aan explootkosten, € 575,00 aan griffierecht en € 3.211,00 voor salaris advocaat 1 rekest x € 3.211,00).
2.3. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 90,64
- griffierecht 3.046,00
- salaris advocaat 3.211,00 (1,0 punt × tarief € 3.211,00)
Totaal € 6.347,64
3. De beslissing
De rechtbank,
3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.137.021,40 (vijfmiljoenéénhonderdzevenendertigduizendenéénentwingig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de contractueel verschuldigde boete van 0,5% per maand vanaf 16 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, en tevens te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over het totaal verschuldigde bedrag (inclusief contractueel verschuldigde boete) met ingang van 16 mei 2012 tot de dag van volledige betaling,
3.2. veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.545,00 (zesduizendvijfhonderdenvijfenveertig euro) terzake buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, waaronder de beslagkosten, tot op heden begroot op € 10.970,26 aan de zijde van eiseres, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis,
3.4. veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2012.
Cc: AB