ECLI:NL:RBARN:2012:BY8187
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming en ontbinding van overeenkomst bouw scheepscasco's afgewezen wegens onvoldoende bewijs vervolgopdrachten
Scheepswerf [woonplaats] vordert nakoming van de overeenkomst en betaling voor de bouw van scheepscasco's, waaronder de [X] 4, en subsidiar de ontbinding van de overeenkomst met schadevergoeding. De overeenkomst uit 2003 betreft de bouw van vijf casco's voor motorjachten, waarbij schriftelijke vervolgopdrachten vereist zijn.
Eerder vonnis en arrest betroffen geschillen over tekortkomingen bij casco [X] 6 en de status van vervolgopdrachten. Het hof vernietigde de ontbinding van de overeenkomst en het ontslag van gedaagde uit vervolgopdrachten. Scheepswerf stelt dat gedaagde gehouden is vervolgopdrachten te geven en het casco [X] 4 af te nemen, terwijl gedaagde betwist dat zij verplicht is vervolgopdrachten te geven zonder verkoop van het jacht.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst geen duidelijke verplichting tot vervolgopdrachten bevat en dat het beroep op gezag van gewijsde faalt vanwege het gewijzigde hoger beroep. Ook de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid leidt niet tot toewijzing. Scheepswerf krijgt een bewijsopdracht om aan te tonen dat in 2004 in overleg met gedaagde werd besloten dat zij mocht beginnen met de bouw van casco [X] 4 en dat gedaagde toestemming gaf dit casco op te halen en te bouwen. De beslissing over betaling en verdere vorderingen wordt aangehouden tot bewijslevering.
Uitkomst: De vorderingen van Scheepswerf worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat gedaagde gehouden was tot vervolgopdrachten; bewijslevering wordt aangehouden.