ECLI:NL:RBARN:2012:BX8640
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op tussentijdse opzegging afvalverwerkingsovereenkomst door Rivierenland
ARN en Rivierenland sloten in 1994 een afvalverwerkingsovereenkomst met een looptijd tot 31 maart 2015. Rivierenland zegde de overeenkomst per 1 januari 2013 op, met beroep op artikel 7 lid Pro 5, vanwege onenigheid over het tarief voor 2013. ARN betwistte de opzegging en startte een kort geding.
De rechtbank oordeelde dat Rivierenland geen afstand had gedaan van haar rechten uit de samenwerkingsovereenkomst en dat de opzegging niet rechtsgeldig was. Artikel 7 lid 5 geeft Pro slechts beperkte mogelijkheden voor tussentijdse beëindiging, gericht op bedrijfseconomische omstandigheden, niet op marktconformiteit van tarieven.
De voorzieningenrechter beval Rivierenland om na 1 januari 2013 haar afvalstoffen aan ARN te blijven leveren tegen het vastgestelde tarief van €123,32 exclusief indexering, totdat de arbitrageprocedure bij het NAI (zaaknummer 4050) een definitieve uitspraak doet over het einde van de overeenkomst. Rivierenland werd veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving en in de proceskosten.
Uitkomst: Rivierenland is veroordeeld tot voortzetting van de afvalverwerkingsovereenkomst en levering tegen vastgesteld tarief tot arbitrage-uitspraak.