ECLI:NL:RBARN:2012:BX6152
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering boete wegens tijdige aanleg natuurterrein en instandhouding
In deze civiele zaak vordert Stichting Het Lijndensche Fonds betaling van een boete van Vitens wegens vermeende niet-tijdige aanleg van een natuurterrein op een puttenveld. De rechtbank Arnhem benoemt een deskundige die rapporteert dat Vitens vanaf kort na 1 januari 2005 passende maatregelen heeft getroffen, waaronder het staken van bemesting en bestrijdingsmiddelen en het toepassen van een verschralingsbeheer, gericht op de ontwikkeling van een glanshaverhooiland.
Het Lijndensche Fonds stelt dat het natuurterrein vóór 1 januari 2005 gerealiseerd had moeten zijn en dat Vitens daardoor tekort is geschoten. De rechtbank oordeelt dat de bepaling in de akte van 1 november 2002 niet vereist dat het natuurterrein volledig ontwikkeld moet zijn op die datum, maar dat het voldoende is dat maatregelen zijn getroffen om de ontwikkeling te bevorderen en dat deze worden voortgezet.
De rechtbank stelt vast dat Vitens aan deze verplichtingen heeft voldaan en dat de boete bedoeld is om het Lijndensche Fonds te financieren indien Vitens zelf geen natuurterrein aanlegt. Nu het terrein er is en wordt onderhouden, is de boete niet verschuldigd. De vordering wordt afgewezen en het Lijndensche Fonds wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van het Lijndensche Fonds af omdat Vitens tijdig en adequaat maatregelen heeft getroffen voor aanleg en instandhouding van het natuurterrein.