ECLI:NL:RBARN:2012:BV6495
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- M.C.G.J. van Well
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Recht op premiedeel van de verhoging van de gecombineerde heffingskorting voor inwoner Nederland
Eiseres, woonachtig in Nederland en gehuwd met een tandarts die grensarbeider is, stelde dat zij recht heeft op het premiedeel van de verhoging van de gecombineerde heffingskorting op grond van artikel 8.9a van de Wet IB 2001. Verweerder weigerde dit omdat eiseres niet premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen. De rechtbank oordeelde dat deze weigering een ongelijke behandeling inhoudt die strijdig is met artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro, omdat vergelijkbare gevallen van niet-verdienende partners van grensarbeiders in andere lidstaten wel recht hebben op deze heffingskorting.
De rechtbank verwees naar het arrest Zurstrassen van het Hof van Justitie en de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat de wetgever de heffingskorting ziet als een instrument om de subjectieve draagkracht op gezinsniveau te beïnvloeden. Omdat eiseres niet premieplichtig is, wordt haar het belastingvoordeel onthouden, wat niet gerechtvaardigd is. De rechtbank stelde dat de wetgever ten onrechte heeft aangenomen dat alle inwoners premieplichtig zijn, waardoor geen rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, bepaalde dat eiseres recht heeft op de bijzondere verhoging van de gecombineerde heffingskorting van € 2.123, vernietigde de beschikking heffingsrente en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Hiermee werd het beroep van eiseres toegewezen.
Uitkomst: Eiseres heeft recht op het premiedeel van de verhoging van de gecombineerde heffingskorting van € 2.123 en de beschikking heffingsrente wordt vernietigd.