Eiseres, een handelsvennootschap in ICT-apparatuur, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2006-2008, inclusief boete en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Belastingdienst de aanslag. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem.
De rechtbank onderzocht of de naheffingsaanslag en boete terecht waren opgelegd, met name de toepassing van het nultarief en de aftrek van voorbelasting. Uit het boekenonderzoek bleek dat eiseres onvoldoende administratie kon overleggen, vooral voor exportleveringen naar Oekraïne. Eiseres overhandigde verklaringen en facturen, maar deze waren deels onvolledig of niet verifieerbaar.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het nultarief onvoldoende was onderbouwd vanwege het ontbreken van facturen en controleerbare administratie. Voor de voorbelasting erkende de rechtbank het recht op aftrek voor vier specifieke facturen, ondanks onjuiste btw-nummers en ontbrekende boekingen in de administratie van de leverancier.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezeggingen van de Belastingdienst waren aangetoond. De boetebeschikking werd vernietigd omdat partijen overeenstemming bereikten over de onrechtmatigheid daarvan. De naheffingsaanslag werd verminderd tot €108.281, en de heffingsrente dienovereenkomstig aangepast. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.