ECLI:NL:RBARN:2011:BV0497
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake onrechtmatige concurrentie en geheimhoudingsplicht na faillissement ILC Taleninstituut
In deze zaak heeft de rechtbank Arnhem op 13 december 2011 geoordeeld over een geschil tussen eiser, die de activa van het failliete ILC Taleninstituut heeft overgenomen, en gedaagden die een concurrerend bedrijf wilden opzetten. Eiser vorderde onder meer een verbod op het benaderen van voormalige klanten van ILC door gedaagden, handhaving van non-concurrentie- en geheimhoudingsbedingen, en het versturen van een rectificatiebrief.
De rechtbank stelde vast dat gedaagden bewust gebruik maakten van vertrouwelijke informatie en kennis van ex-werknemers om klanten van ILC weg te trekken, wat onrechtmatig is. Hoewel vrije concurrentie geldt, overschrijdt het handelen van gedaagden de grenzen daarvan door het misbruiken van vertrouwelijke gegevens en het ondermijnen van de belangen van eiser die de klantenbestanden had gekocht.
De voorzieningenrechter verbood gedaagden gedurende één jaar om de voormalige klanten van ILC te benaderen, legde een geheimhoudingsplicht op aan gedaagde [ged.2], en beval het sturen van een rectificatiebrief aan de enige benaderde klant, Damen Shipyards. Daarnaast werden dwangsommen opgelegd en werden gedaagden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden voormalige klanten van ILC te benaderen en veroordeeld tot geheimhouding en het sturen van een rectificatiebrief aan Damen Shipyards.