ECLI:NL:RBARN:2011:BT7174
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- O. Nijhuis
- R.A. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vrijwaring wegens onvoldoende betaling meer dan een derde van hoofdelijke schuld
In deze civiele vrijwaringzaak heeft de rechtbank Arnhem bij tussenvonnis bepaald dat eiser moest onderbouwen dat hij meer dan een derde van de hoofdelijke schuld had voldaan. Het boedeltekort was vastgesteld op €1.565.114,30, waarvan een derde €521.705,76 bedraagt. Eiser betaalde echter slechts €150.000,00 aan de curator, wat aanzienlijk minder is dan zijn aandeel.
Eiser stelde dat door een vaststellingsovereenkomst met de curator en mogelijke schikkingen met gedaagden het totale boedeltekort was verminderd tot circa €160.000,00, maar hij heeft dit niet concreet onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat hij meer dan zijn aandeel had betaald en dat hij daardoor geen regresrecht op gedaagden heeft volgens de artikelen 6:10 en 6:12 BW.
Daarnaast wees de rechtbank op de vaststellingsovereenkomst tussen eiser en curator, waarin een finale kwijting is opgenomen, waardoor de oorspronkelijke hoofdelijke schuld van eiser teniet zou zijn gegaan en de nieuwe schuld een verbintenis uit overeenkomst betreft. Dit maakt regres op gedaagden eveneens niet mogelijk.
De rechtbank wees de vordering tot vrijwaring af en veroordeelde eiser in de proceskosten van gedaagden, begroot op €6.121,50.
Uitkomst: De vordering tot vrijwaring wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende heeft gesteld dat hij meer dan een derde van de hoofdelijke schuld heeft voldaan.