ECLI:NL:RBARN:2011:BT1843
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen betalingsverplichting voor aanvullende factuur bij ruilovereenkomst oud ijzer en restmateriaal
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een factuur voor geleverde diensten en/of zaken, welke door gedaagde betwist wordt. Gedaagde stelt dat er geen koop van oud ijzer heeft plaatsgevonden, maar dat hij in ruil voor het ophalen van oud ijzer ook verontreinigd restmateriaal heeft afgevoerd.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een rechtsverhouding bestond waarbij gedaagde oud ijzer mocht meenemen en daarvoor een op geld waardeerbare tegenprestatie leverde door het afvoeren van vervuilende materialen. Dit kwalificeert als een koopovereenkomst.
De enkele ondertekening van de factuur door gedaagde is onvoldoende om een betalingsverplichting aan te tonen, temeer daar eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een aanvullende vergoeding is overeengekomen. Bovendien heeft eiser de factuur te laat ingebracht, wat in strijd is met de substantiëringsplicht.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, waarbij gedaagde een vergoeding voor reis- en verletkosten ontvangt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een betalingsverplichting.