ECLI:NL:RBARN:2011:BR0127
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Headfirst wegens te late dagvaarding in aanbestedingsgeschil
Headfirst had zich aangemeld voor een Europese aanbestedingsprocedure van Alliander voor meerdere percelen, maar werd niet uitgenodigd voor de gunningsfase omdat zij op het onderdeel milieumanagement geen voldoende bewijs overlegde. De selectieleidraad bepaalde een vervaltermijn van 15 kalenderdagen waarbinnen bezwaar moest worden gemaakt via een voorlopige voorziening.
Headfirst stelde dat zij tijdig was door op de laatste dag van de termijn per fax een datum en tijdstip voor een kort geding te verzoeken. De rechtbank oordeelde dat de termijn aanving op 28 april 2011, de dag na ontvangst van de afwijzingsbrief, en dat de dagvaarding uiterlijk op 12 mei 2011 betekend had moeten zijn. De dagvaarding werd echter pas op 19 mei 2011 betekend, waardoor Headfirst niet-ontvankelijk is.
De rechtbank motiveerde dat de selectieleidraad duidelijk was en dat de brief van 9 mei 2011 met nadere toelichting de termijn niet verlengde. Ook was de door Headfirst overgelegde milieumaatregelenverklaring onvoldoende als bewijs. Brainnet, die op de vijfde plaats eindigde en wel tot de gunningsfase werd toegelaten, werd als tussenkomende partij toegelaten. Headfirst werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Headfirst is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late dagvaarding in het kort geding tegen Alliander.