ECLI:NL:RBARN:2011:BP8248
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na opvolgende oproepovereenkomsten
Op 13 december 2007 is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan tussen [eisende partij] en Ziengs voor de functie van oproepkracht verkoop. Deze overeenkomst werd meerdere malen verlengd, en vanaf 1 maart 2008 wijzigde de arbeidsverhouding in een parttime dienstverband.
In oktober 2010 maakte Ziengs bekend het dienstverband niet te verlengen na 31 december 2010. [Eisende partij] stelde dat hierdoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan op grond van artikel 7:668a BW, omdat er meer dan drie opvolgende arbeidsovereenkomsten waren. Zij vorderde betaling van loon vanaf 1 januari 2011.
De kantonrechter oordeelde dat de oorspronkelijke overeenkomst een voorovereenkomst betrof, waarbij geen vaste oproepverplichting bestond. Echter, vanaf 1 januari 2008 werd [eisende partij] wekelijks ingeroosterd, waardoor vanaf de vierde week een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Ziengs werd veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 1 januari 2011, inclusief wettelijke verhoging en rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: Ziengs wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 januari 2011 wegens het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.