ECLI:NL:RBARN:2011:BP6975
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens vernietiging effectenleaseovereenkomst en geldige opt-outverklaring
Op 16 juni 2000 sloot [gedaagde sub 1] een effectenleaseovereenkomst met Bank Labouchere N.V., rechtsvoorganger van Dexia. Na afloop van de looptijd ontstond een restschuld. Dexia trad over in de rechten en vorderde betaling van deze schuld van [gedaagde sub 1] en haar echtgenoot [gedaagde sub 2].
[gedaagde sub 2] vernietigde de overeenkomst op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d jo Pro. 1:89 BW, omdat hij geen toestemming had gegeven voor het aangaan van de overeenkomst. Varde stelde dat deze vernietiging was verjaard, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep op vernietiging als verweer te allen tijde kan worden ingeroepen.
Varde stelde verder dat ondanks de vernietiging [gedaagden] gebonden waren aan het Dexia-aanbod, een vaststellingsovereenkomst, en aan de Duisenbergregeling, omdat geen geldige opt-outverklaring was ingediend. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde sub 1] tijdig en geldig een opt-outverklaring had ingediend via haar gemachtigde, en dat [gedaagde sub 2] niet gebonden was omdat hij geen partij was bij de oorspronkelijke overeenkomst.
De rechtbank concludeerde dat het onaanvaardbaar is dat [gedaagde sub 2] via het Dexia-aanbod wordt gebonden aan een overeenkomst die hij heeft vernietigd. De vordering van Varde wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Varde wordt afgewezen vanwege vernietiging van de overeenkomst en geldige opt-outverklaring.