ECLI:NL:HR:2011:BO5822
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Bindendverklaring WCAM-overeenkomst ondanks betwiste vernietiging effectenlease-overeenkomst
In deze zaak vorderen eisers een verklaring voor recht dat de effectenlease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De kantonrechter en het gerechtshof hebben deze vordering afgewezen en geoordeeld dat eisers gebonden zijn aan de WCAM-overeenkomst, een collectieve vaststellingsovereenkomst die op grond van artikel 7:907 BW Pro verbindend is verklaard.
Eisers hadden de effectenlease-overeenkomst betwist en vernietiging daarvan opgeëist, maar Dexia betwistte de vernietigbaarheid en de vernietiging is niet in rechte of anderszins vastgesteld. Ten tijde van de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst bestond daardoor onzekerheid over de geldigheid van de overeenkomst, die vatbaar was voor beëindiging door een vaststellingsovereenkomst.
Eisers maakten geen gebruik van de opt out-regeling zoals bepaald in artikel 7:908 lid 2 BW Pro, waardoor zij als gerechtigden aan de WCAM-overeenkomst zijn gebonden. De Hoge Raad bevestigt dat de WCAM-overeenkomst ook betrekking heeft op aanspraken die zonder die overeenkomst op vernietiging zouden kunnen worden gebaseerd, en verwerpt het cassatieberoep van eisers.
De Hoge Raad veroordeelt eisers in de kosten van het geding en bevestigt daarmee de verbindendheid van de WCAM-overeenkomst ondanks de betwiste vernietiging van de effectenlease-overeenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eisers gebonden zijn aan de WCAM-overeenkomst ondanks hun betwiste vernietiging van de effectenlease-overeenkomst.