ECLI:NL:RBARN:2011:BP2180
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid moeder in zelfstandig verzoek omgangsregeling na uithuisplaatsing minderjarigen
De minderjarige kinderen zijn uithuis geplaatst en de stichting heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven met een bezoekregeling tussen de moeder en de minderjarigen. De moeder heeft na het verstrijken van de bezwaarperiode een zelfstandig verzoek tot omgangsregeling ingediend. De rechtbank oordeelt dat een dergelijk zelfstandig verzoek niet past binnen het wettelijke kader, dat voorziet in bezwaar tegen een aanwijzing of verzoek tot intrekking of vervallenverklaring daarvan.
De moeder had binnen twee weken na de aanwijzing bezwaar kunnen maken, maar heeft dit niet gedaan. Ook heeft zij geen verzoek tot intrekking of vervallenverklaring van de aanwijzing wegens gewijzigde omstandigheden ingediend. De termijn waarover de aanwijzing liep, is bovendien verstreken. Daarom wordt de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
De rechtbank merkt op dat de stichting een nieuw verzoek tot wijziging van de omgangsregeling heeft ingediend, waartegen de moeder bezwaar kan maken. De uitspraak is gedaan door rechter C.G. Peper op 20 januari 2011 in het openbaar, na behandeling van het verzoek en het horen van partijen en de Raad voor de Kinderbescherming.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar zelfstandig verzoek tot omgangsregeling met de minderjarigen.