ECLI:NL:RBARN:2010:BP1809
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en afwijzing vordering contractuele boete wegens onduidelijk boetebeding
In deze zaak staat de uitleg van een contractueel boetebeding centraal. Partijen sloten een inleenovereenkomst waarbij eiseres zorgverleners ter beschikking stelde aan gedaagde. Eiseres vorderde een boete wegens vermeende overtreding van het boetebeding, omdat gedaagde buiten haar om een zorgverlener inschakelde.
De rechtbank oordeelt dat het boetebeding onduidelijk en onbegrijpelijk is geformuleerd. De tekst van het beding was niet besproken en voor gedaagde, een particulier zonder ervaring met dergelijke bedingen, niet duidelijk dat een boete verschuldigd zou zijn bij het aangaan van een arbeidsrelatie buiten eiseres om.
Daarom wijst de rechtbank de vordering van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten. In reconventie erkende eiseres een vordering van gedaagde, die wordt toegewezen met rente en kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de contractuele boete wordt afgewezen vanwege onduidelijkheid van het boetebeding.