ECLI:NL:RBARN:2010:BP0927
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing ontruimingsvonnis wegens vermeende juridische misslag
Eiseres woonde in een woning op een camping en vorderde voortzetting van de huurovereenkomst na het overlijden van de oorspronkelijke huurder, op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. De kantonrechter had eerder bepaald dat eiseres geen medehuurster was en de woning per 15 januari 2011 moest verlaten, met een vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Eiseres verzocht in kort geding om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis, stellende dat het vonnis op een evidente juridische misslag berustte omdat het uitvoerbaar bij voorraad was verklaard terwijl de bodemprocedure nog niet onherroepelijk was beslist. De camping voerde verweer en stelde dat het vonnis goed gemotiveerd was en dat de belangen van partijen waren afgewogen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aan hem is om een vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard door de kantonrechter te schorsen, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid door een evidente juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand bij de geëxecuteerde. Dit was niet aannemelijk gemaakt. De belangenafweging in het vonnis was voldoende en er was geen sprake van een evidente misslag of noodtoestand.
Daarom werden de vorderingen van eiseres afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten van de camping. Het vonnis werd gewezen door rechter Boonekamp op 17 december 2010.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis worden afgewezen.