ECLI:NL:RBARN:2010:BN8273
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- H.J.G. van Herwijnen
- A.W. van Engen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering beëindiging en ontbinding pachtovereenkomst wegens niet-naleving registratieplicht
Partijen sloten een pachtovereenkomst voor zes jaar, ingaande 1 oktober 2002 tot en met 30 september 2008. Eiser vorderde de verklaring voor recht dat de overeenkomst is geëindigd en verzocht om ontruiming van de percelen. Daarnaast vorderde eiser subsidiair ontbinding van de overeenkomst wegens tekortkomingen van gedaagde.
De rechtbank stelde vast dat niet was gebleken dat de pachtovereenkomst ter goedkeuring of registratie aan de grondkamer was aangeboden, zoals voorgeschreven in de oude pachtwet. Hierdoor geldt de overeenkomst voor onbepaalde tijd en kan deze niet worden opgezegd. De primaire vordering tot beëindiging werd daarom afgewezen.
Ook de subsidiaire vordering tot ontbinding werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat gedaagde tekort was geschoten in de nakoming of de afspraken had miskend. De rechtbank compenseerde de proceskosten vanwege de familierelatie tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot beëindiging en ontbinding van de pachtovereenkomst af en compenseert de proceskosten.