ECLI:NL:RBARN:2010:BN8196
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.C. Schuurman-Kleijberg
- S.W. van Osch-Leysma
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ontheffing waterstaatkundige werkzaamheden plan Ringkade te Beneden-Leeuwen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontheffing centraal die het waterschap Rivierenland heeft verleend voor diverse waterstaatkundige werkzaamheden in het uitbreidingsplan Ringkade te Beneden-Leeuwen. Eisers betwisten deze ontheffing, met name vanwege het ontbreken van concrete voorschriften omtrent de aanleg van een grindkoffer met drain die onderdeel uitmaakt van de ontheffing.
De rechtbank stelt vast dat het waterschap een grote beleidsvrijheid heeft bij het verlenen van ontheffing, maar dat het bestaande waterstaatkundige systeem beschermd moet worden. Eisers voeren aan dat de ontheffing onvolledig is omdat de uitvoering van de grindkoffer onduidelijk is en mogelijk leidt tot verslechtering van hun perceel en schade aan bomen, planten en fundering. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd, maar oordeelt dat het ontbreken van specifieke voorschriften omtrent de uitvoering van de grindkoffer een gebrek is in het besluit.
De rechtbank wijst erop dat het deskundigenbericht van StAB aangeeft dat het hoogteverschil tussen de grindkoffer en het perceel van eisers bepalend is voor mogelijke nadelige effecten. Omdat het besluit hierover onvoldoende gemotiveerd is en voorschriften ontbreken, wordt het waterschap in de gelegenheid gesteld binnen zes weken het besluit te herstellen door nadere voorschriften te verbinden aan de ontheffing. De verdere beslissing wordt aangehouden tot herstel van dit gebrek. Hoger beroep is slechts mogelijk samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt het waterschap in de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen door specifieke voorschriften voor de grindkoffer te verbinden aan de ontheffing.