ECLI:NL:RBARN:2010:BM9855
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Invorderings- en heffingsrente niet aftrekbaar als kosten inkomsten uit vermogen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de correctie van de aftrek van invorderings- en heffingsrente in de inkomstenbelasting over 1998. Hij stelde dat deze renten als kosten ter verwerving van inkomsten uit vermogen volledig aftrekbaar zijn. Verweerder stelde dat het persoonlijke verplichtingen zijn en slechts beperkt aftrekbaar tot een maximum van fl. 15.000.
De rechtbank overwoog dat de wetgever geen onderscheid maakt tussen rentebetalingen over belastingschulden en andere schulden en dat uitstel van betaling niet gelijk staat aan het aangaan van een geldlening. Eiser ontving geen liquide middelen door het uitstel en betaalde de aanslagen ondanks het uitstel al in 1998. De rentebetalingen kunnen daarom niet worden gesaldeerd met de genoten rente-inkomsten.
De rechtbank concludeerde dat de invorderings- en heffingsrente als persoonlijke verplichtingen moeten worden aangemerkt en dat de aftrekbeperking terecht is toegepast. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat invorderings- en heffingsrente als persoonlijke verplichtingen met aftrekbeperking gelden.