ECLI:NL:RBARN:2010:BM3502
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering resterende abonnementskosten wegens onvoldoende stelplicht eiseres
Intrum Justitia vorderde betaling van resterende abonnementskosten en incassokosten van [gedaagde partij] na beëindiging van een telefoonabonnement. De overeenkomst was aangegaan met Vodafone en had een minimale looptijd van 24 maanden. Intrum Justitia had de vordering overgenomen van Vodafone.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding niet specifiek was toegesneden op de situatie van [gedaagde partij], maar algemene omschrijvingen bevatte die niet duidelijk maakten of de overeenkomst was opgezegd door [gedaagde partij] of ontbonden door Vodafone wegens wanprestatie. Hierdoor was onduidelijk waarop de vordering was gebaseerd en was de stelplicht van Intrum Justitia niet nagekomen.
Ook werden buitengerechtelijke incassokosten afgewezen omdat de correspondentie vrijwel geheel naar het oude adres van [gedaagde partij] was gestuurd en in één pakket werd ontvangen, waardoor geen meerdere incassobrieven konden worden vastgesteld.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde partij] slechts tot betaling van wettelijke rente over reeds betaalde bedragen en wees het meer gevorderde af. Intrum Justitia werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter J.W.M. Tromp en op 9 april 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van resterende abonnementskosten en incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende stelplicht.