ECLI:NL:RBARN:2009:BM0873
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat thuiszorgverlener resultaat uit overige werkzaamheden verricht en geen winst uit onderneming of dienstbetrekking
Eiser, werkzaam in de thuiszorg via een bemiddelingsorganisatie, vroeg een VAR-WUO aan voor zijn AWBZ-zorg in natura. Verweerder gaf een VAR-loon af, wijzigde deze later in een VAR-RUW voor PGB-zorg, maar handhaafde de VAR-loon voor AWBZ-zorg. Eiser stelde dat hij winst uit onderneming behaalt, verweerder betoogde loon uit dienstbetrekking.
De rechtbank onderzocht de aard van de arbeidsrelatie. Uit de feiten bleek dat eiser afhankelijk is van het thuiszorgbureau TCC voor cliëntenwerving, geen zelfstandige facturering verricht, geen reclame maakt en geen ondernemersrisico loopt. Ook ontbrak een gezagsverhouding en verplichting tot persoonlijke arbeid, waardoor geen dienstbetrekking aanwezig is.
Verweerder kon niet aannemelijk maken dat sprake was van een fictieve dienstbetrekking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalden omdat eiser onjuiste informatie had verstrekt en geen objectieve rechtvaardiging voor gelijke behandeling ontbrak.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar voor de AWBZ-zorg, wijzigde de VAR-loon in een VAR-RUW en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de werkzaamheden van eiser moeten worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden van eiser resultaat uit overige werkzaamheden zijn en wijzigt de VAR-loon in een VAR-RUW.