ECLI:NL:RBARN:2009:BK5637
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C. van Emden-Geenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding in kort geding na tussenvonnis bodemprocedure
Ballast Nedam vordert in kort geding een voorschot ter hoogte van €20,4 miljoen, gebaseerd op een tussenvonnis in de bodemprocedure waarin dit bedrag toewijsbaar werd geoordeeld. De voorzieningenrechter weegt de gebondenheid aan het tussenvonnis af tegen de mogelijkheid van hoger beroep dat door de rechtbank is opengesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het tussenvonnis niet onherroepelijk is en dat het hoger beroep nog loopt, waardoor het bestaan en de omvang van de vordering niet voldoende vaststaan. Bovendien is het spoedeisend belang van Ballast Nedam niet overtuigend aangetoond, aangezien zij niet in een acute financiële nood verkeert en haar belangen door conservatoire beslagen zijn veiliggesteld.
Tegenover het symbolische belang van Ballast Nedam staat het grote belang van de gedaagde, die bij toewijzing zijn volledige vermogen zou verliezen en zijn gezin in nood zou brengen. Ook is van belang dat in de bodemprocedure meerdere gedaagden zijn betrokken, terwijl in kort geding alleen deze gedaagde wordt aangesproken.
De voorzieningenrechter concludeert dat de belangenafweging uitvalt in het voordeel van de gedaagde en wijst de vordering grotendeels af, behalve voor de huurpenningen die reeds aan de deurwaarder zijn voldaan. Proceskosten worden verdeeld conform het oordeel.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en openstaand hoger beroep.