ECLI:NL:RBARN:2009:BK5475
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beperking en handhaving non-concurrentiebeding na ontslag automonteur
In deze zaak vordert een autobedrijf handhaving van een non-concurrentiebeding tegen een voormalige automonteur die na ontslag een concurrerend bedrijf is gestart. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding van twee jaar binnen een straal van 100 kilometer.
De werknemer nam ontslag en begon een eigen autoreparatiebedrijf binnen het geografisch gebied. De werkgever stelde dat dit een overtreding van het beding was en vorderde een dwangsom en voorschot op boetes. De werknemer voerde onder meer aan dat het beding niet geldig was vanwege vermeende tekortkomingen in de salarisbetaling en dat het beding onduidelijk en onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het beding formeel geldig was en dat de werknemer in strijd met het beding handelde door een concurrerend bedrijf te starten. De stellingen van de werknemer over dringende redenen voor ontslag en onredelijkheid konden in kort geding niet worden bewezen. Wel beperkte de rechtbank de duur van het beding tot acht maanden, gelijk aan de duur van het dienstverband, en verkortte het geografisch bereik tot 35 kilometer vanwege persoonlijke omstandigheden.
De vordering tot betaling van een voorschot op boetes werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, maar de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Non-concurrentiebeding wordt gehandhaafd met beperking van duur tot acht maanden en geografisch bereik tot 35 km; voorschot boete afgewezen.